Dat een jongere niet in een gesloten jeugdzorginstelling hoort, daarover zijn professionals in de jeugdhulp het eigenlijk wel eens. Maar wat is het alternatief? Hoe ondersteun je jongeren, ouders en professionals om buiten de geslotenheid te komen tot een passende oplossing en hulp voor vaak complexe problematiek? In Amsterdam werken Jeugdbescherming en Levvel samen om gesloten opnames zoveel mogelijk te voorkomen. Sanne Kleeven, gedragswetenschapper bij JeugdzorgPlusinstelling de Koppeling van Levvel en Trish Verweij, gedragswetenschapper bij Jeugdbescherming Amsterdam over risico dragen en verdragen, het lef om samen te zoeken naar alternatieven en de rol van ouders.

Radicaal stoppen met dwang en drang. Dat was het startpunt dat Levvel-directeur Frederique Coelman twee jaar geleden formuleerde voor de Koppeling. Bestuurder Sigrid van de Poel van Jeugdbescherming Amsterdam ging daarin mee. ‘Als je radicaal wilt stoppen, dan moet je ook radicaal stoppen. Dan gaat de deur dicht’, blikt Sanne Kleeven van Levvel terug. Het was het begin van een experiment waarbij twee gedragswetenschappers van Levvel en twee van Jeugdbescherming Amsterdam telkens weer individuele casussen tegen het licht houden.

We hebben gezegd: laten we het gewoon gaan doen.

Voorbij eigen belang

De eerste winst zit erin dat Jeugdbescherming en Levvel met elkaar in gesprek zijn gegaan en beseffen dat je samen streeft naar de beste jeugdhulp. Voorbij de eigen organisatorische belangen dus. Maar hoe werkt dat nou in de praktijk? Zodra een gesloten plaatsing dreigt – zowel bij Jeugdbescherming als bij Levvel – zorgen de vier gedragswetenschappers ervoor dat er pas op de plaats wordt gemaakt. Op een soort consultbasis stellen ze vast wat nou precies maakt dat een kind volgens alle betrokkenen naar een gesloten afdeling moet. En wat alternatieven zijn. ‘We hebben gezegd: laten we het gewoon gaan doen. En in die fase zitten we nog steeds: in de fase van bijschaven. Hoe doen we dat nou? Wat zit bij ons, wat niet?’, vertelt Trish Verweij van Jeugdbescherming Amsterdam. Maar dat in de praktijk brengen bij complexe casussen is lastig, erkent ze. ‘Met die vier mensen kunnen we wel ideeën formuleren over hoe het anders kan, maar we werken met een hele keten.’ 

Samen zoeken naar andere mogelijkheden

Het steeds weer bespreken van complexe casussen is intensief en kost tijd. Toch zien ze de eerste resultaten van hun aanpak terug in hun organisaties. De gedachte dat opsluiten niet goed voor deze kinderen is, krijgt wel voet aan de grond in beide organisaties, merken Kleeven en Verweij. ‘Doordat de beweging is opgestart worden we gevonden. Krijgen we vragen. En zoeken we steeds vaker samen naar andere mogelijkheden dan gesloten opname. Hoewel we met onze expertise liever eerder in het proces zouden zitten: al voordat de machtiging voor gesloten opname wordt aangevraagd…’, vertelt Kleeven.

Waar jeugdpsychiatrie en jeugd- en opvoedhulp kunnen zeggen: de complexe problemen van dit kind kunnen wij niet aan, kan JeugdzorgPlus dat niet.

Werken vanuit normale leefsituatie

De JeugdzorgPlus krijgt kinderen binnen waarvoor ze niet is opgericht en toegerust, stellen Verweij en Kleeven. Waar jeugdpsychiatrie en jeugd- en opvoedhulp kunnen zeggen: de complexe problemen van dit kind kunnen wij niet aan, kan JeugdzorgPlus dat niet. Als een gecertificeerde instelling verzoekt om een gesloten machtiging, een onafhankelijk gedragswetenschapper dat bevestigt en een rechter een gesloten machtiging afgeeft, dan moet JeugdzorgPlus dat kind accepteren. Zo stromen er kinderen in met heftige psychiatrische problemen: ze zijn suïcidaal of psychotisch. Maar ook kinderen vanuit het strafrecht. Verweij: ‘Vaak hebben kinderen nodig dat ze vanuit een normale leefsituatie leren omgaan met hun problematiek. Gezien de grote onveiligheid kan het voor de hulpverlening lastig zijn om de jongeren en het gezin binnen hun eigen leefsituatie te ondersteunen. Hierdoor wordt de geslotenheid soms onterecht ingezet.’  

Ook bij de inzet van een intensieve interventie als Multi Systeem Therapie zullen we veiligheidsrisico’s met elkaar moeten verdragen.

Buikpijn

Dé reden voor het aanvragen van een machtiging voor gesloten opname is onveiligheid, stellen Verweij en Kleeven. Omdat een kind een gevaar is voor zichzelf, of voor zijn omgeving. Kleeven: ‘Iedereen kent veiligheidsrisico’s waar je als hulpverlener buikpijn van krijgt. We hebben vaak niet direct voldoende ambulante alternatieven om die veiligheidsrisico’s weg te nemen.  Dus ook bij de inzet van een intensieve interventie als Multi Systeem Therapie zullen we veiligheidsrisico’s met elkaar moeten verdragen.” 

Verweij vult aan: ‘Zo’n interventie voorkomt niet dat zo’n jongere dan ’s nachts met wapens op straat loopt. Of zichzelf mutileert. Of zichzelf prostitueert. En de hulpverlener die op de open groep staat, ziet zo’n jongen vertrekken, weet wat hij gaat doen en welk risico hij loopt. Maar hij kan hem niet kan stoppen.’

Risicomijdend gedrag voorkomen

Je kunt de verantwoordelijkheid dan niet bij de hulpverlener leggen, stelt Kleeven. ‘Als je kiest voor het stoppen met de gesloten opname, dan is de vraag hoe je Jeugdbescherming, hulpverleners en gemeente zover krijgt dat ze accepteren dat er risico’s zijn bij het plaatsen van een kind op een open groep. En dat ze die risico’s samen moeten dragen. Want alleen dan voorkom je dat iedereen vanuit zijn eigen belang risicomijdend gedrag gaat vertonen, omdat hij niet verantwoordelijk wil zijn voor een incident. Het gaat om omgaan met onmacht en angst. Je kunt expertise naar voren halen, maar het is belangrijker om risico’s samen te dragen.’

Extra ondersteuning

Kleeven en Verweij zijn van mening dat teams op open groepen nog onvoldoende voorbereid en toegerust zijn op jongeren met die complexe problematiek. Kleeven: ‘Wil je stoppen met gesloten opnames, dan is betere ondersteuning van hulpverleners op open groepen cruciaal. Het verschil met ondersteuning van gesloten afdelingen en open groepen is nu enorm: binnen Levvel heb je op open groepen één gedragswetenschapper die niet fulltime aanwezig is. In JeugdzorgPlus heb je een gedragswetenschapper die minimaal 24 uur per week op een team staat én heeft elke afdeling een dedicated team van behandelcoördinator, systeemtherapeut, regiebehandelaar, GZ- psycholoog, die risico’s met het team samen draagt. Dan snap ik dat jeugdzorgwerkers op open groepen bij zo’n complexe doelgroep zeggen: “daar ga ik niet voor staan”.’

Wij proberen behalve het gezin ook de behandelaar van ouders aan tafel te krijgen, zodat alles transparant is en we elkaar kunnen helpen en ondersteunen.

Aandacht voor ouders

Om gesloten opnames te verminderen zou er ook meer aandacht moeten zijn voor de ouders. Verweij: ‘Bij veel van onze gezinnen is sprake van psychiatrische problematiek bij ouders, maar ook verslaving of een licht verstandelijke beperking. Wij proberen daarom behalve het gezin ook de behandelaar van ouders aan tafel te krijgen, zodat alles transparant is en we elkaar kunnen helpen en ondersteunen. Kleeven: ‘Vanuit het programma Samen krachtig thuis proberen we ouders soms te stimuleren zelf hulp te zoeken. Of we gaan zelf motiverende gesprekken aan met een ouders: wat scheelt er? Wat heb je nodig? Ouders zijn vaak essentiële gesprekspartners om geslotenheid te vermijden.’

Hartenkreet

Of de gesloten jeugdhulp ooit helemaal zal worden afgeschaft, vraagt Kleeven zich af. ‘Ik kan me wel voorstellen dat een korte gesloten plaatsing kan werken. Dan bied je een time-out en kan je een behandelrelatie opbouwen. Maar dat is een wezenlijk andere visie dan: we gaan kinderen negen maanden opsluiten omdat ze een behandeling nodig hebben. Ik geloof meer in andere vormen, zoals een intensive care groep die we nu bij Levvel hebben. Dat is een kortdurende gesloten afdeling in samenwerking met psychiatrie.’

Dragen en verdragen van risico’s zijn cruciale begrippen bij het stoppen met gesloten opname. Nog lang niet iedereen is zover. Maar iedereen kan stappen zetten. ‘Open het gesprek erover, vooral over de onmacht die we ervaren ten aanzien van de veiligheid van deze jongeren. Want ik denk dat het daar om gaat’, is de hartenkreet van Verweij. Kleeven: ‘Durf je eigen kwetsbaarheid te laten zien.’